Soms maak je in het voetbal een stap waarvan je denkt: dit wordt het. Nieuwe club. Ander land. Mooie uitdaging. En vervolgens loopt het totaal anders dan je had bedacht… Ik speelde slechts een half jaar bij Sporting Lissabon. Toch zou ik het zó weer doen.
De stap naar Portugal
In 1986 vertrok ik van PSV naar Sporting Lissabon. Dat vertrek was voor mij een heel bewuste keuze. Ik had bereikt wat ik graag wilde bereiken: de Nederlandse voetbaltop. Ik had met PSV op het hoogste niveau gespeeld en voor mijn gevoel was ik klaar voor een volgende stap. Het buitenland trok…!
Toen ook duidelijk werd dat Wim Kieft naar PSV zou komen en op mijn positie zou gaan spelen, gaf dat mij nog een extra duwtje in de richting die ik eigenlijk zelf al had gekozen. Ik wilde naar het buitenland en ik kon op huurbasis vertrekken naar Sporting Lissabon. Die huurconstructie gaf PSV bovendien de mogelijkheid mij terug te halen als dat nodig mocht zijn.
Ik kreeg een telefoontje van Quim Salvador. Hij had goede contacten bij Sporting en vertelde dat João Rocha, de president van Sporting Lissabon, mij graag naar Portugal wilde halen.
Dat klonk interessant.
Samen met Henny Weering, die ik nog kende uit mijn tijd bij Cambuur en die ik vertrouwde, ging ik naar Portugal.
We spraken bij João Rocha thuis. Ik had meteen een goed gevoel bij hem.
Ook financieel werd alles netjes geregeld.
Dus: op naar Lissabon…!
Ik kreeg een appartement in Oeiras, Manuel José was trainer en ik was klaar voor een nieuw hoofdstuk.

Drie buitenlanders, twee plekken
Er zat alleen een probleem in de regels.
In de Portugese competitie mochten destijds maar twee buitenlandse spelers worden opgesteld.
Naast mij had Sporting ook de Mexicaanse middenvelder Manuel Negrete. Hij had net een uitstekend WK gespeeld.
En voorin liep Raphael Meade, oud-spits van Arsenal.
Mijn directe concurrent.
Dan weet je eigenlijk al genoeg.
Negrete was heel belangrijk op het middenveld. En Raphael speelde gewoon erg goed. Hij scoorde ook regelmatig.
Dus begon ik op de bank.
Er zat maar één ding op: goed trainen, scherp blijven en zorgen dat ik er stond wanneer ik mijn kans kreeg.
Dat klinkt achteraf heel eenvoudig.
Maar als voetballer wil je natuurlijk gewoon spelen.
Toen kwam IJsland
In Europa golden destijds andere regels en konden er meer buitenlandse spelers worden opgesteld.
Daar kwam mijn kans…
Op 17 september 1986 speelden we uit tegen Akranes in IJsland.
We wonnen met 0–9.
Ik speelde een goede wedstrijd en maakte drie goals.
Een hattrick in Europa. Daar kun je mee thuiskomen.
De return in Lissabon wonnen we met 6–0 en ook daarin scoorde ik.
Op zo’n moment denk je natuurlijk: nu heb ik laten zien wat ik kan.
Maar voetbal is zelden zo simpel.
In de competitie zat ik daarna gewoon weer vaak op de bank.
Een hattrick in Europa. Daar kun je mee thuiskomen.
Barcelona
In de volgende Europese ronde troffen we Barcelona.
Uit verloren we met 1–0.
Thuis wonnen we met 2–1. Ik viel in die wedstrijd in.
We gingen uiteindelijk toch uit het toernooi.
Natuurlijk baal je daarvan. Maar spelen tegen zo’n ploeg, tussen spelers van dat niveau, is wel iets wat je bijblijft.
Het zijn ook precies die wedstrijden waarin je merkt waar je zelf staat.
Maar uiteindelijk leer je in het voetbal misschien nog wel meer van de periodes waarin het níét loopt zoals je wilt.
Mijn grootste concurrent werd een goede vriend
Op een gegeven moment had ik een gesprek met Manuel José.
Hij had niets aan te merken op mijn instelling. Als ik speelde, deed ik het goed.
Maar eerlijk is eerlijk: Raphael Meade was gewoon een héle goede spits.
Daar kun je boos over worden.
Je kunt de trainer de schuld geven.
Je kunt je concurrent niets gunnen.
Of je kunt gewoon erkennen: die man speelt goed en ik zal zelf nog beter moeten worden.
Raphael en ik werden juist goede vrienden.
We waren concurrenten, want we wilden allebei spelen. Maar we hoefden elkaar daarvoor niet onderuit te halen.
Integendeel.
We hielden elkaar scherp. We stimuleerden elkaar.
En jaren later gaf Raphael mij misschien wel een van de mooiste complimenten die ik ooit van een medespeler heb gekregen.
Hij zei dat mijn aanwezigheid hem beter had gemaakt.
Omdat hij wist dat ik achter hem stond en zijn plek kon innemen.
Dat is me altijd bijgebleven.
Je hoeft een concurrent niet kleiner te maken om zelf groter te worden.
Goede concurrentie kan ervoor zorgen dat je allebei beter wordt.
Jaren later gaf Raphael mij misschien wel een van de mooiste complimenten die ik ooit van een medespeler heb gekregen.
Hij zei dat mijn aanwezigheid hem beter had gemaakt.
De mensen in een team
Bij Sporting raakte ik ook goed bevriend met Mário Jorge en Oceano.
Topspelers, maar vooral fijne mensen.
Mário was ontzettend warm en uitbundig.
Hij kuste werkelijk iedereen.
In het begin keek ik daar nog weleens van op. Ik dacht op een gegeven moment: wat gebeurt hier allemaal?
Maar dat was gewoon Mário.
Hartelijk, open en oprecht.
Hij en Oceano waren ook van die spelers die een groep bij elkaar hielden.
Met een aantal van die jongens heb ik zoveel jaren later nog steeds contact.
Dat zegt eigenlijk genoeg.
Niet iedereen die belangrijk is, staat óp het veld
In Lissabon ontstond ook een bijzondere vriendschap met Vítor Cândido, journalist bij A Bola.
Als speler leer je meestal al snel dat je met journalisten een beetje moet oppassen.
Soms terecht ook.
Maar Vítor werd echt een vriend.
In 2025 zagen we elkaar weer in Portugal.
Bijna veertig jaar later.
Dan haal je oude verhalen op en merk je pas hoeveel zo’n periode heeft betekend.
Als je jong bent, denk je vooral aan de volgende wedstrijd.
Veel later onthoud je vooral de mensen.

Weten wanneer het tijd is om verder te gaan
Uiteindelijk moest ik ook weer een keuze maken.
Ik móest spelen. Ik wilde dat en mijn contractsituatie maakte dat ook belangrijk.
Peter Houtman kwam naar Sporting en ik vertrok terug naar Nederland, naar FC Groningen.
Op dat moment was het vooral een praktische voetbalbeslissing. Ik had wedstrijden nodig.
Maar achteraf gezien had Sporting mij veel meer gegeven dan alleen voetbal.
Ik leerde dat je waarde niet alleen wordt bepaald door het aantal wedstrijden dat je speelt.
Ik leerde dat een concurrent geen vijand hoeft te zijn.
Ik leerde hoe belangrijk vriendschap is in een omgeving waarin iedereen wil presteren.
En ik leerde dat je soms gewoon moet kunnen toegeven dat iemand anders op dat moment beter is.
Zonder verbitterd te raken.
Daar heb ik later in het voetbal, in mijn werk en in mijn leven veel aan gehad.
Hoe beoordeel je een periode?
We beoordelen een periode in ons leven vaak op de meest voor de hand liggende dingen.
Heb ik gewonnen?
Heb ik gespeeld?
Heb ik die baan gekregen?
Is het gelukt zoals ik had gehoopt?
Maar zo simpel is het niet.
Als je alleen naar speelminuten kijkt, was mijn periode bij Sporting misschien niet de succesvolste uit mijn loopbaan.
Maar bijna veertig jaar later zijn er nog steeds vriendschappen uit die tijd.
Ik herinner me de mensen.
Ik gebruik de geleerde lessen nog steeds.
En vooruit, die hattrick in IJsland mag ook best in het geheugen blijven zitten.
Was Sporting dus een goede stap?
Zeker.
Alleen om andere redenen dan ik vooraf had gedacht.
Dat is misschien wel een van de belangrijkste lessen.
Soms blijkt je volgende doel helemaal niet het doel te zijn waar je op dat moment achteraan rent.
Soms gaat het vooral om wie je onderweg wordt.
Bijna veertig jaar later zijn er nog steeds vriendschappen uit die tijd. Ik herinner me de mensen. Ik gebruik de geleerde lessen nog steeds.
Rob McDonald
The Next Goal
Verhalen uit het voetbal over keuzes, vriendschap, tegenslag en de lessen die blijven als de wedstrijd allang voorbij is.
Lees ook de vorige blogs
Wil je weten welk proces voorafging aan mijn transfer naar Sporting Lisbon? Lees dan ook de vorige blogs en ontdek meer over de lessen die leerde.

Bekijk en volg The Next Goal
Nog meer eerlijke verhalen en praktische inzichten uit voetbal, topsport en coaching? Bekijk en volg dan de videopodcast The Next Goal. Abonneer je op mijn Youtube kanaal, zodat je geen nieuwe aflevering mist: https://robmcpro.com/aanbod/podcast/
