Daar stond ik dan, op het veld van PSV. Ik had een contract voor twee jaar getekend en liep vanuit de spelerstunnel richting de middenstip. Onderweg kneep ik mezelf letterlijk even in mijn arm.
Was dit echt?Via Cambuur, Wageningen, Willem II en drie seizoenen bij FC Groningen had ik mij stap voor stap ontwikkeld. In mijn laatste jaar in Groningen scoorde ik zeventien doelpunten. De extra krachttrainingen in Leeuwarden, het omgaan met blessures en de keuze om te blijven investeren in mijn lichaam hadden mij sterker gemaakt. Uiteindelijk brachten die keuzes mij bij PSV.
Maar terwijl ik naar de middenlijn liep, dacht ik niet alleen aan hoe ver ik was gekomen. De belangrijkste vraag was: hoe ga ik het hier aanpakken?
Ik was bij de top aangekomen. Tegelijkertijd voelde ik dat ik opnieuw moest beginnen.

Foto: GettyImages / PSV
De transfer was geen eindpunt
In de vorige blog vertelde ik dat een transfer vaak zichtbaar maakt wat je maanden of jaren eerder al hebt opgebouwd. Voor de buitenwereld was mijn overstap van FC Groningen naar PSV misschien het grote succesmoment. Voor mij was het vooral het begin van een nieuwe test.
PSV had duidelijke ambities. De club trok Eric Gerets en Ruud Gullit aan. Daarmee werd een krachtig signaal afgegeven aan de rest van het Nederlandse voetbal: PSV wilde kampioen worden.
Zij waren niet de enige grote namen. Hans van Breukelen stond op doel. Achterin speelden onder anderen Jan Heintze, Ernie Brandts, Huub Stevens en Glenn Hysén. Op het middenveld hadden we spelers als Ton Lokhoff, Frank Arnesen, Michel Valke en Willy van de Kerkhof. Voorin liepen René van der Gijp en Hallvar Thoresen.
Onze hoofdtrainer was Jan Reker. Hans Kraay senior was nadrukkelijk aanwezig in een rol die je nu misschien als die van technisch manager zou omschrijven. Ook Guus Hiddink maakte als assistent deel uit van de staf, nog aan het begin van de trainersloopbaan die hem later over de hele wereld bekend zou maken.
Ik kwam dus niet zomaar in een goede selectie terecht. Ik stapte een omgeving binnen vol internationals, ervaren professionals en uitgesproken leiders.
Dat is een belangrijk verschil. Bij een kleinere club kun je door je kwaliteiten snel opvallen. Bij een topclub heeft bijna iedereen bijzondere kwaliteiten. Daar moet je iedere dag opnieuw laten zien dat je het niveau aankunt.
Mijn eerste seizoen bij PSV begon op de training
De trainingen waren intensief. Vooral tijdens de partijvormen moest je alles geven. Als je een fout maakte, kreeg je dat direct te horen. Niet omdat mensen je wilden afbreken, maar omdat de standaard hoog lag en iedereen wilde winnen.
Er liepen veel leiders rond. Spelers die eisen aan zichzelf stelden, maar ook aan hun ploeggenoten. Zij accepteerden niet dat je een duel half aanging, even niet oplette of dacht dat het tijdens een training wel iets minder kon.
Dat vond ik mooi om mee te maken.
Je ontdekt in zo’n omgeving dat topsport niet alleen draait om wat je op zaterdag of zondag laat zien. Het niveau van de wedstrijd wordt doordeweeks bepaald. De intensiteit van een training, de scherpte in een partijvorm en de manier waarop spelers elkaar corrigeren vormen samen de cultuur van een ploeg.
Voor jonge spelers kan zo’n harde standaard soms bedreigend aanvoelen. Je kunt denken dat kritiek betekent dat je niet goed genoeg bent. Maar binnen een sterke topsportcultuur kan een scherpe reactie ook iets anders betekenen: wij hebben je nodig, dus blijf bij de les.
Het is wel belangrijk dat correcties gericht blijven op beter worden. Hoge eisen zonder vertrouwen breken spelers af. Hoge eisen in combinatie met duidelijkheid, kwaliteit en een gezamenlijk doel kunnen een elftal juist optillen.
Bij PSV voelde ik hoe sterk die tweede vorm kon zijn.
Aanpassen van 4-3-3 naar 4-4-2
Ook tactisch moest ik opnieuw leren. Bij FC Groningen had ik veel in een 4-3-3-systeem gespeeld. Dat paste goed bij mij als centrumspits. Bij PSV schakelde ik over naar 4-4-2.
Een ander systeem betekent meer dan op papier op een andere plek staan. Je loopacties veranderen. De ruimte om je heen verandert. Je moet andere keuzes maken bij balbezit en balverlies. Ook de samenwerking met de spits naast je wordt belangrijker.
Met Hallvar Thoresen had ik een ideale partner voorin. We verschilden als spelers en maakten duidelijke afspraken. Wie kwam in de bal? Wie zocht de ruimte achter de verdediging? Wie zette als eerste druk? Waar verwachtten we elkaar bij een voorzet. Wie ging bij de eerste paal staan en wie bij de tweede? We hadden de perfecte onderlinge afstemming!
Wanneer zulke afspraken helder zijn, hoef je tijdens een wedstrijd niet voortdurend na te denken. Je gaat elkaars bewegingen herkennen. Daardoor kun je sneller handelen en wordt een voorhoede meer dan twee goede aanvallers bij elkaar.
Onze manier van druk zetten hielp ook de rest van het elftal. Ruud Gullit stond op papier vaak centraal achterin, maar kon gemakkelijk doorschuiven. Hij had de kracht, techniek en het inzicht om vanuit die positie gevaarlijk te worden en doelpunten te maken.
Dat liet mij opnieuw zien dat een spelsysteem nooit alleen uit cijfers bestaat. Je kunt 4-4-2 op een bord schrijven, maar uiteindelijk gaat het om de kwaliteiten van de spelers, de onderlinge afspraken en de bereidheid om voor elkaar te werken.
Aanpassen betekent daarbij niet dat je jezelf moet verliezen. Mijn opdracht veranderde, maar mijn kwaliteiten als spits bleven belangrijk. Ik moest leren hoe ik die kwaliteiten binnen een andere structuur kon gebruiken.

Kampioen worden met PSV
Het seizoen verliep in de competitie bijzonder sterk. We verloren slechts één competitiewedstrijd, uit bij FC Den Bosch, en werden ruim voor het einde van het seizoen landskampioen.
Kampioen worden is moeilijk in één moment te vangen. Mensen zien de beslissende wedstrijd, de schaal en de feestende spelers. Maar een titel ontstaat uit veel kleinere momenten: een training waarop niemand verslapt, een wedstrijd die je zakelijk wint, een ploeggenoot die jouw fout herstelt en de discipline om ook tegen een minder aansprekende tegenstander scherp te blijven.
Voor mij persoonlijk was het bijzonder. De jongen uit Hull, die ooit als ‘apprentice’ onderaan de ladder was begonnen, werd ineens kampioen in een gerespecteerd voetballand. Ik speelde met echte topspelers, werd begeleid door topmensen en voelde de steun van een vriendelijk maar fanatiek PSV-publiek.
Ik maakte vijftien doelpunten in 25 competitiewedstrijden. Dat was goed, maar in mijn eigen ogen niet top. Als spits wil je altijd meer. Je denkt aan de kansen die erin hadden gekund en aan de wedstrijden waarin je beslissender had willen zijn.
Toch leerde ik ook om eerlijk naar mijn prestaties te kijken. Vijftien doelpunten in mijn eerste seizoen bij een topclub was een serieuze bijdrage. Tevreden zijn met wat goed ging hoeft niet te betekenen dat je ambitie verdwijnt. Je kunt waarderen wat je hebt bereikt en tegelijk voelen dat er meer in je zit.
Die balans is belangrijk. Wie nooit tevreden kan zijn, geniet uiteindelijk nergens van. Wie te snel tevreden is, stopt met groeien.
Niet ieder doel werd bereikt
Hoewel we kampioen werden, lukte niet alles. In de KNVB Beker werden we uitgeschakeld door Feyenoord. Ook in Europa kwamen we niet zo ver als we hadden gehoopt.
In de eerste ronde van de UEFA Cup wonnen we overtuigend van Avenir Beggen. In de tweede ronde troffen we Dnipro Dnipropetrovsk, destijds een club uit de Sovjet-Unie en tegenwoordig verbonden aan het huidige Oekraïne. Thuis werd het 2-2. Ik maakte een van onze doelpunten. In de uitwedstrijd verloren we met 1-0, waardoor ons Europese avontuur eindigde.
Dat contrast hoort bij topsport. Je kunt in hetzelfde seizoen landskampioen worden en toch teleurgesteld zijn over de beker en Europa. Succes wist teleurstelling niet uit. Teleurstelling maakt succes evenmin waardeloos.
Als speler moet je leren meerdere waarheden tegelijk vast te houden. We hadden een geweldig competitieseizoen. We bereikten niet alles wat mogelijk leek. Ik had een goed eerste jaar. Ik wilde persoonlijk meer brengen.
Juist die spanning houdt topsporters vaak in beweging.
Leren van Ruud Gullit buiten het veld
Mijn ontwikkeling bij PSV vond niet alleen plaats op het trainingsveld. In het begin woonde ik bij de Zweedse verdediger Glenn Hysén, zijn vrouw en hun kind. Glenn was een fijne man en sprak uitstekend Engels. Dat maakte mijn overgang gemakkelijker.
Later kreeg ik een eigen huis in Son en Breugel. Ik woonde inmiddels al jaren in Nederland, maar sprak nog vaak Engels. Nederlanders schakelen gemakkelijk over. Dat is prettig, maar het betekende ook dat ik zelf minder noodzaak voelde om de taal goed te leren.
Tijdens een maaltijd op het trainingscomplex sprak Hans Kraay senior opnieuw Engels terwijl hij iets uitlegde. Ruud Gullit vroeg op een gegeven moment, en terecht: waarom praten jullie altijd Engels?
Later zei Ruud Gullit tegen mij dat ik Nederlands moest leren als ik van plan was langere tijd in Nederland te blijven. Hij had gelijk.
Taal gaat niet alleen over woorden begrijpen. Taal helpt je om onderdeel van een groep en een land te worden. Je begrijpt grappen sneller, voelt nuances beter aan en kunt zelf duidelijker zeggen wat je denkt. Als anderen zich steeds aan jou aanpassen, kun je ongemerkt aan de rand van een groep blijven staan.
Later zei Ruud Gullit tegen mij dat ik Nederlands moest leren als ik van plan was langere tijd in Nederland te blijven. Hij had gelijk.
Voor mij was dat een les in verantwoordelijkheid. Een club moest mij helpen om goed te functioneren, maar ik had zelf ook de taak om mij aan mijn omgeving aan te passen.
Ruud was pas 23 jaar, maar liep in zijn denken op veel punten voor. Tijdens een andere maaltijd stelde hij vragen over het eten dat wij als profspelers kregen. Hij vond dat bepaalde gebakken maaltijden niet pasten bij wat topsporters nodig hadden. Hij dacht ook mee over onze wedstrijdkleding.
Dat lijkt misschien een detail, maar juist daarin herkende je zijn professionaliteit. Hij keek verder dan de training en de wedstrijd. Hij begreep dat prestaties worden beïnvloed door voeding, herstel, presentatie en de manier waarop een club haar spelers behandelt.
Tegenwoordig vinden we zulke onderwerpen normaal. Profclubs hebben voedingsdeskundigen, koks, herstelprogramma’s en uitgebreide begeleiding. In die tijd was dat veel minder vanzelfsprekend. Ruud zag al vroeg dat overleven en presteren in het topvoetbal vraagt om aandacht voor het totale plaatje.
Ik leerde daarvan dat leiderschap niet afhankelijk is van leeftijd. Soms ziet een jonge speler eerder dan de rest wat er beter kan. De vraag is vervolgens of hij het lef heeft om dat uit te spreken en of de omgeving bereid is om te luisteren.
Wat jonge spelers van mijn eerste seizoen bij PSV kunnen leren
Mijn eerste seizoen bij PSV eindigde met een kampioenschap. Dat is het deel dat in de statistieken blijft staan. De diepere lessen gingen voor mij over opnieuw beginnen, aanpassen en verantwoordelijkheid nemen.
Een transfer naar een grotere club bewijst niet dat je er al bent. Je reputatie of doelpuntenaantal van het vorige seizoen geeft je misschien toegang tot de kleedkamer, maar daarna moet je opnieuw presteren.
Ik neem uit die periode vijf lessen mee.
1. Aan de top wordt de standaard opnieuw bepaald
Wat bij je vorige club uitzonderlijk was, kan bij een topclub normaal zijn. Laat je daar niet door ontmoedigen. Gebruik het niveau om je heen om zelf beter te worden.
2. Aanpassen is een vorm van kracht
Ik moest van 4-3-3 naar 4-4-2 en leren samenwerken met een tweede spits. Vasthouden aan je kwaliteiten is belangrijk, maar star vasthouden aan één rol kan je ontwikkeling beperken.
3. Leer ook buiten het veld
De opmerkingen van Ruud over taal en voeding gingen niet rechtstreeks over doelpunten. Toch maakten ze mij bewuster van wat professioneel leven betekent. Soms komt de belangrijkste coaching tijdens een maaltijd of een informeel gesprek.
4. Zoek partners die jouw kwaliteiten versterken
Mijn samenwerking met Hallvar Thoresen werkte omdat we afspraken maakten en elkaars spel leerden begrijpen. Individuele kwaliteit wordt sterker wanneer spelers werkelijk leren samenwerken.
5. Blijf eerlijk over je eigen prestatie
Vijftien doelpunten in 25 competitiewedstrijden was goed. Toch voelde ik dat er meer mogelijk was. Eerlijke zelfreflectie is iets anders dan jezelf voortdurend afwijzen. Kijk naar wat goed ging, erken je bijdrage en bepaal daarna waar je volgende groeipunt ligt.
Jouw Next Goal?
Misschien heb jij hard gewerkt om een bepaald niveau, team, contract of doel te bereiken. Dan kan het verleidelijk zijn om te denken dat je er bent.
Maar een nieuwe omgeving stelt nieuwe vragen. Kun je opnieuw luisteren? Kun je je aanpassen? Kun je leren van mensen die verder zijn? En durf je verantwoordelijkheid te nemen voor wat jij buiten het veld nog moet ontwikkelen?
Mijn vraag aan jou is daarom:
Ben jij vooral blij dat je jouw kans hebt gekregen, of ben je ook bereid opnieuw te beginnen om die kans waar te maken?
Een nieuw vraagstuk
Mijn eerste seizoen bij PSV bracht mij een landstitel, vijftien competitiedoelpunten en ervaringen die mijn kijk op topsport verder veranderden. Ik had bewezen dat ik ook bij een topclub kon scoren en presteren.
Maar in het profvoetbal staat de tijd nooit stil.
Ik hoorde dat PSV belangstelling had voor Wim Kieft. Voor een spits is dat geen klein bericht. Het dwong mij opnieuw na te denken over mijn positie, mijn toekomst en de richting die ik met mijn loopbaan wilde kiezen.
Was dit het moment om Nederland te verlaten?
Daarover vertel ik in mijn volgende blog.
The Next Goal gaat niet alleen over wat je bereikt, maar over wie je wordt onderweg.
FAQ-blok
Wanneer speelde Rob McDonald bij PSV?
Rob McDonald speelde in het seizoen 1985-1986 voor PSV. In zijn eerste seizoen bij de club werd hij landskampioen van Nederland.
Hoeveel doelpunten maakte Rob McDonald voor PSV?
Rob maakte in zijn eerste PSV-seizoen vijftien doelpunten in 25 competitiewedstrijden. In de UEFA Cup scoorde hij daarnaast tweemaal.
Met welke topspelers speelde Rob McDonald bij PSV?
Hij speelde onder anderen met Ruud Gullit, Eric Gerets, Hans van Breukelen, Frank Arnesen, Hallvar Thoresen, Willy van de Kerkhof en Ernie Brandts.
Wie was de trainer van PSV in het seizoen 1985-1986?
Jan Reker was de hoofdtrainer. Hans Kraay senior had een belangrijke leidinggevende rol en Guus Hiddink maakte als assistent deel uit van de technische staf.
Wat leerde Rob McDonald tijdens zijn eerste seizoen bij PSV?
Hij leerde dat je bij een topclub opnieuw moet beginnen. Aanpassen aan een ander systeem, omgaan met hoge trainingsstandaarden, samenwerken en ook buiten het veld professioneel leven waren belangrijke onderdelen van zijn ontwikkeling.
Lees ook de vorige blogs
Wil je weten welk proces voorafging aan mijn transfer naar PSV? Lees dan ook Investeren in jezelf opent deuren: mijn derde seizoen bij FC Groningen. Daarin vertel ik hoe extra krachttraining, discipline en investeren in mijn lichaam mij hielpen om klaar te zijn toen PSV belangstelling toonde.

Bekijk en volg The Next Goal
Wil je meer eerlijke verhalen en praktische inzichten uit voetbal, topsport en coaching? Bekijk en volg dan de videopodcast The Next Goal. Abonneer je op het kanaal, zodat je geen nieuwe aflevering mist: https://robmcpro.com/aanbod/podcast/
