Niet iedere periode in je carrière is een periode waarin je beter speelt, meer scoort en steeds verder omhooggaat.Dat klinkt logisch. Maar als je midden in zo’n periode zit, voelt het anders. Niet iedere voetbalcarrière loopt in een rechte lijn omhoog.
Na PSV en Sporting volgden voor mij drie kortere periodes bij FC Groningen, Racing Jet Brussel en Ikast. Periodes waarin ik zelf voelde dat ik niet de Rob McDonald was die ik daarvoor was geweest. Minder wedstrijdritme, terugkerende knieproblemen en voetbaltechnisch niet altijd de omstandigheden waarin ik het beste tot mijn recht kwam.Toch bleef ik doorgaan. Niet omdat ik wist welke kans er daarna zou komen. Integendeel. In Brussel en Denemarken had ik geen idee dat mijn jongensdroom dichterbij was dan ooit. Dat maakt deze periode voor mij (achteraf) zo waardevol.

Drie korte fases
Na Sporting Lissabon kreeg ik achter elkaar drie kortere fases bij FC Groningen, Racing Jet Brussel en Ikast in Denemarken. Mooie clubs, nieuwe landen, goede mensen en bijzondere ervaringen. Maar als ik eerlijk terugkijk, was ik voetballend niet de Rob McDonald die ik daarvoor was geweest.
Ik zat minder goed in mijn vel. Mijn lichaam werkte niet altijd mee. Mijn knie speelde opnieuw op. En doordat ik bij Sporting relatief weinig wedstrijden had gespeeld, kwam ik ook niet met het wedstrijdritme terug dat ik gewend was.
Bij Racing Jet en later Ikast merkte ik bovendien opnieuw hoe belangrijk de omgeving en de manier van spelen voor een spits zijn. Ik was binnengehaald om te scoren, maar kreeg naar mijn gevoel te weinig ballen op de plekken waar ik gevaarlijk kon zijn.
Dat is ook tegenslag in profvoetbal. Niet altijd één grote klap. Soms is het gewoon een periode waarin verschillende dingen tegelijkertijd nét niet goed vallen. En juist daar leerde ik iets wat ik later nog vaak zou herkennen: Een carrière trekt zich niets aan van het verhaal dat je zelf graag zou willen schrijven.
Terug naar FC Groningen op huurbasis
Na Sporting Lissabon keerde ik op huurbasis terug naar FC Groningen.
Daar zat een bijzondere wisselwerking in. Ik nam in Groningen eigenlijk de plaats in van Peter Houtman, terwijl Peter juist mijn plaats bij Sporting Lissabon ging invullen.
En het werd nog toevalliger. Ik nam zelfs het huis van Peter over in De Wijert in Groningen.
Ik kende FC Groningen natuurlijk uitstekend. Ik had er eerder een heel mooie periode gehad. Europees voetbal gespeeld. Doelpunten gemaakt. Me ontwikkeld als spits en uiteindelijk de stap naar PSV verdiend.
Maar teruggaan naar dezelfde club betekent niet automatisch dat je terugkeert als dezelfde speler.
Rob Jacobs was inmiddels trainer. Ik moet eerlijk toegeven: ik was niet de Rob McDonald die daar eerder Europees voetbal had gespeeld.
Bij Sporting had ik niet veel wedstrijden gespeeld. Dat merk je als speler.
Wedstrijdritme kun je maar tot op zekere hoogte trainen. Een spits heeft wedstrijden nodig. Je moet timing voelen. Je moet duels spelen. Je moet die fractie van een seconde terugvinden waarin je voor een verdediger bij de bal bent. Ik had het daardoor niet makkelijk.
En toen kwamen ook mijn knieproblemen weer terug. Mijn knie heeft eigenlijk mijn hele carrière een rol gespeeld. Soms ging het lange tijd goed en dan stak het ineens weer de kop op. Ook nu gebeurde dat.
Wanneer je minder hebt gespeeld, nog niet helemaal op je beste niveau zit en dan ook lichamelijke klachten krijgt, wordt het moeilijker om snel weer de speler te worden die je daarvoor was.
Mijn terugkeer naar Groningen werd daarom niet wat mijn eerdere periode daar was geweest.
Uiteindelijk vertrok ik opnieuw.
Raymond Goethals en Racing Jet Brussel
Ik ging voor korte tijd terug naar PSV en maakte daar de rest van mijn contract af.
Daarna moest ik weer bepalen:
Wat nu?
In de voorbereiding op het nieuwe seizoen ontstond er een mogelijkheid in België.
Ik had een gesprek met Raymond Goethals.
Voor wie hem niet kent: Goethals was een icoon in het Belgische voetbal. Bij Racing Jet Brussel had hij een belangrijke technische rol, min of meer als technisch directeur.
Wat een fanatieke gozer.
Ik weet nog dat ik vooral blij was dat ik hem redelijk kon verstaan.
Wie Raymond ooit heeft horen praten, begrijpt misschien wat ik bedoel.
We kwamen uiteindelijk tot een akkoord en dus vertrok ik richting Brussel.
Opnieuw naar het buitenland.
Nieuwe stad.
Nieuwe ploeg.
Nieuwe kans.

Opnieuw iets toevalligs
En opnieuw gebeurde er iets toevalligs met mijn huisvesting. In Groningen had ik het huis van Peter Houtman overgenomen. Nu nam ik in Brussel een appartement over van een andere Nederlander: Mart Van Duren, voormalig speler van PSV. Dat bleek achteraf ook een slimme keuze.
Ik kwam namelijk terecht in een gebied waar Nederlands werd gesproken. In een stad als Brussel maakte dat het dagelijks leven voor mij een stuk eenvoudiger.
Onze coach was Daniël Reinders.
Een jonge trainer.
Slim.
Correct.
Iemand met wie ik prettig kon werken.
Maar de samenstelling van onze spelersgroep was bijzonder.
Ongeveer vijftig procent van de groep was Franstalig. De andere helft sprak Nederlands. Dat merkte je. Niet alleen aan de taal. Je zag en voelde het ook in de kleedkamer en in de manier waarop spelers met elkaar omgingen. Er waren als het ware twee werelden binnen één ploeg. Dat maakte het niet altijd gemakkelijker om als één team te functioneren.
Bobby Hosker hielp mij in Brussel
Gelukkig had ik een heel goede relatie met de Engelsman Bobby Hosker.
Dat was voor mij prettig. We spraken dezelfde taal en Bobby kon bovendien vloeiend Frans.
Dat hielp enorm.
Wanneer je naar een ander land verhuist, gaat aanpassen namelijk over veel meer dan alleen voetbal.
Je moet leren begrijpen hoe mensen met elkaar omgaan.
De taal.
De humor.
De cultuur.
De gewoontes.
En ondertussen verwacht iedereen natuurlijk dat je gewoon presteert.
Dat hoort bij profvoetbal.
Meteen Standard Luik uit
Onze eerste wedstrijd was direct een uitwedstrijd tegen Standard Luik.
Een topploeg.
Ik weet nog goed dat ik dacht:
Oh yeah, wat krijgen we nu?
Maar vervolgens wonnen we met 1-2. En ik scoorde één van de twee doelpunten. Dan denk je natuurlijk:dit gaat lekker. Daniël was blij. Goethals was blij. Ik had mijn doelpunt gemaakt. We hadden bij Standard gewonnen. Beter kun je bijna niet beginnen.
Maar die wedstrijd bleek uiteindelijk één van de weinige echte hoogtepunten van die periode als je kijkt naar ons spel en naar de teamspirit.
Het begon steeds moeilijker te lopen
We hadden wedstrijden waarin we op het nippertje nog punten pakten.
We verloren er te vaak te veel.
En als spits begon ik tegen een probleem aan te lopen dat steeds frustrerender werd.
Ik kreeg nauwelijks voorzetten vanaf de flanken.
Voor een spits is dat belangrijk.
Je kunt hard werken.
Je kunt bewegen.
Je kunt ruimte maken.
Maar uiteindelijk moet de bal wel komen.
Ik was naar Racing Jet gehaald om te scoren. Dan moet je ook in situaties terechtkomen waarin je kunt scoren.
Dat gebeurde voor mijn gevoel onvoldoende.
Het is te makkelijk om te zeggen: Het lag aan de anderen. Zo werkt voetbal niet. Ik zat zelf ook niet in mijn beste periode. Ik was lichamelijk niet op mijn top. Mijn knie had weer problemen gegeven. Ik had eerder weinig gespeeld. Dus verschillende dingen kwamen bij elkaar.
Uiteindelijk koos de voorzitter ervoor mij weer te laten vertrekken.
Ikast
Gelukkig kwam een nieuwe mogelijkheid. Bij Ikast in Denemarken.
Ik had contact met Michael Birkendal, die eerder bij FC Twente had gespeeld en op dat moment bij Ikast voetbalde.
Michael vertelde mij hoe het ongeveer ging in Denemarken.
Hoe het voetbal daar was.
Hoe het leven was.
En ik moest eerlijk zijn tegenover mezelf.
Ik dacht:
Rob, pak deze kans.
Want ik wist ook dat er op dat moment niet allerlei clubs zaten te springen om mij over te nemen.
Zo realistisch moet je zijn.
Er zijn momenten in een carrière waarop jij kunt kiezen uit tien mogelijkheden.
En er zijn momenten waarop je vooral goed moet kijken welke kans er überhaupt ligt.
Ik zat op dat moment meer in die tweede situatie.
We bespraken het contract.
We kwamen tot overeenstemming.
Dus vertrok ik naar Ikast.
Prachtig land
Denemarken beviel mij als land direct.
Wat een mooi land.
En vooral: wat een geweldige mensen.
Ik voelde mij enorm welkom.
Mensen nodigden mij bij hen thuis uit.
Het contact was warm en gemakkelijk.
En ook qua taal was er nauwelijks een probleem.
De Denen spraken uitstekend Engels.
Dat maakte het voor mij natuurlijk een stuk eenvoudiger om mijn plek te vinden.
Onze trainer was Ole Brandenborg.
Ook een jonge coach.
Met de jongens in de ploeg kon ik goed opschieten.
Dat is eigenlijk mijn hele carrière vaak zo geweest.
Ik kon mij over het algemeen vrij gemakkelijk aanpassen aan groepen en had meestal een goede band met mijn medespelers.
Maar voetbaltechnisch ontstond opnieuw hetzelfde probleem.
Het liep niet.
Dat is misschien wel de eenvoudigste manier om het te zeggen.
Ik beleefde hetzelfde als bij Racing Jet.
Niet goed genoeg
Het was niet goed en niet goed genoeg.
Als ik mijn terugkeer bij FC Groningen, Racing Jet Brussel en Ikast nu achter elkaar zet, zie ik drie relatief korte periodes waarin het voetbaltechnisch minder liep.
Dat was nieuw voor mij!
Niet dat ik daarvoor nooit tegenslag had gehad.
Natuurlijk wel.
Blessures bijvoorbeeld.
Maar mijn carrière had tot dat moment overwegend een duidelijke opgaande lijn gehad.
Wageningen.
Willem II.
FC Groningen.
Europees voetbal.
PSV.
Landskampioen.
Sporting Lissabon.
En dan ineens een periode waarin het niet meer vanzelfsprekend vooruitgaat.
Dat gebeurt in sport.
En eigenlijk ook in het gewone leven.
Je denkt misschien dat je een route hebt gevonden.
Maar vervolgens verandert er iets.
Je lichaam.
Je omgeving.
Je werkgever.
Je trainer.
Je rol.
Je vertrouwen.
En ineens werkt wat daarvoor werkte niet meer…
Een carrière schrijft zijn eigen bochten
Daarom is voor mij de belangrijkste gedachte uit deze hele periode:
Een carrière trekt zich niets aan van het verhaal dat je zelf graag zou willen schrijven.
Je kunt een plan hebben.
Je kunt hard werken.
Je kunt eerder hebben bewezen wat je kunt.
En toch kan er een periode komen waarin je minder speelt, je lichaam niet meewerkt, je vorm minder is of een bepaalde club minder goed bij jou past.
Dat betekent niet automatisch dat je verhaal voorbij is.
Maar het vraagt wel iets van je.
Eerlijkheid.
Aanpassingsvermogen.
Doorzettingsvermogen.
En soms ook accepteren dat je op dat moment niet de beste versie van jezelf bent.
Altijd van twee kanten bekijken
Wat ik uit die periode heb meegenomen, is dat je als speler altijd twee kanten moet blijven bekijken.
Aan de ene kant mag je kritisch kijken naar je omgeving.
Past het systeem bij mij?
Krijg ik de ballen die ik nodig heb?
Worden mijn kwaliteiten gebruikt?
Ben ik op de juiste plek?
Maar je moet ook naar jezelf kijken.
Ben ik fit genoeg?
Doe ik alles wat ik kan?
Hoe zit ik in mijn vel?
Hoe reageer ik op tegenslag?
Wat kan ík veranderen?
Die balans is belangrijk.
Alles op jezelf betrekken is niet gezond.
Maar altijd anderen de schuld geven helpt je ook niet verder.
Wat jonge spelers hiervan kunnen leren
Voor jonge spelers is misschien juist dit belangrijk om te weten:
Je carrière zal waarschijnlijk niet alleen maar omhooggaan.
Dat gebeurt bijna niemand.
Er zullen momenten zijn waarop je denkt:
Dit had ik anders verwacht.
Misschien speel je minder.
Misschien raak je geblesseerd.
Misschien kom je bij een club waar je kwaliteiten minder goed naar voren komen.
Misschien zit je zelf gewoon niet lekker in je vel.
Dat hoeft niet meteen het einde te zijn.
Blijf eerlijk.
Blijf kijken naar je eigen aandeel.
Blijf werken aan je lichaam en je spel.
En trek vooral niet te snel de conclusie dat jouw beste periode achter je ligtá
Ik wist bij Ikast namelijk helemaal niet wat er daarna zou gebeuren.
En dat is achteraf misschien wel het belangrijkste deel van dit verhaal.
Jouw Next Goal?
Misschien loopt jouw carrière, studie, werk of leven op dit moment ook anders dan je ooit had uitgeschreven.
Mijn vraag aan jou is:
Laat jij een mindere periode bepalen hoe jouw verhaal afloopt, of blijf je werken aan wat jouw volgende stap kan worden?
Een carrière trekt zich niets aan van het verhaal dat je zelf graag zou willen schrijven.
Maar je hebt wel invloed op hoe je reageert wanneer het anders loopt dan gepland.
Toen ik bij Ikast zat, wist ik niet wat mijn volgende club zou worden. Het was opnieuw leven met onzekerheden.
Ik wist alleen dat ik niet wilde opgeven.
Ik wilde terug naar een niveau waarop ik weer waardevol kon zijn.
Ik wilde spelen.
Presteren.
Weer de Rob McDonald worden waarvan ik wist dat hij ergens nog zat.
En toen kwam er een kans die iets raakte wat al veel langer in mij zat.
Hoe dat gebeurde en waarom juist die stap zoveel voor mij betekende, vertel ik in mijn volgende blog.
In die volgende blog neem ik je mee naar Engeland.
Newcastle United.
Een jongensdroom die werkelijkheid werd!
.
Wil je meer eerlijke verhalen, lessen en inzichten uit mijn leven als profvoetballer?
Kijk dan ook mijn andere blogs op deze website
En wil je geen nieuwe verhalen en life gesprekken uit The Next Goal missen? Volg dan de videopodcast The Next Goal en abonneer je op het kanaal.
The Next Goal gaat niet alleen over wat je bereikt, maar over wie je wordt onderweg.

